skip to Main Content
Dienstdoende verloskundige: 06 52 00 62 82

Verloop van de bevalling

De bevalling bestaat uit een aantal fasen; de ontsluiting, de uitdrijving en het nageboortetijdperk.

Ontsluiting

Hoe de ontsluitingsfase begint verschilt per persoon. De meeste vrouwen hebben eerst een periode van onregelmatige, korte weeën die langzamerhand steeds vaker komen, langer gaan duren en pijnlijker worden. Sommige vrouwen beginnen echter meteen met regelmatige weeën. Het begin van de ontsluiting wordt gekenmerkt door de baarmoedermond die korter en weker wordt. In deze fase van de bevalling komen de weeën ongeveer om de 5 minuten en zijn goed op te vangen. Je kunt in dit stadium de slijmprop verliezen, maar dat hoeft niet.

Bij een eerste bevalling is de baarmoedermond nog stug en gaat daardoor minder makkelijk open dan bij een volgende bevalling. De weeën maken dan de baarmoedermond eerst soepeler en dunner. Hoe snel het gaat, hangt ook af van de weeën. Als die sterker zijn en vaker komen, gaat de bevalling sneller. De eerste centimeters van de ontsluiting gaan meestal langzamer dan het laatste stukje ontsluiting.

Uiteindelijk zullen de weeën heftiger worden, dit gebeurt meestal wanneer de ontsluiting verder gevorderd is. De weeën komen nu steeds vaker, om de 2-3 minuten en ze duren ongeveer 60-80 seconden. Vaak zie je wat bloed- en/of slijmverlies optreden door het ontsluiten van de baarmoederhals. Je kan gaan overgeven door de heftigheid van de weeën. Mocht je poliklinisch willen bevallen, is dit de fase waarin je naar het ziekenhuis gaat. Bij een bevalling thuis bellen we in deze fase de kraamverzorgster die ons kan helpen bij de geboorte van de baby.

Gemiddeld ontsluit je met ongeveer 1 cm per uur. Bij vrouwen die al eens eerder bevallen zijn gaat deze fase vaak wat sneller. Het ontsluitingstijdperk bij een eerste kindje duurt ongeveer 8-24 uur, bij een tweede kindje of volgend kindje gemiddeld 3-10 uur.

Uitdrijving

Bij 10 cm ontsluiting spreken we van volledige ontsluiting en begint de volgende fase van de bevalling. Deze fase kenmerkt zich door persdrang; het gevoel dat je enorm moet poepen. Dit kun je maar moeilijk tegenhouden. Je baarmoeder drukt als het ware je kindje naar buiten. Zelf moet je vaak ook nog flink persen om je kindje geboren te laten worden. Deze fase duurt ongeveer 1 tot 2 uur bij een eerste kindje en ongeveer een half uur bij een volgend kindje.

Nageboortetijdperk

De baby wordt direct na de geboorte op je buik gelegd. Huid- op huidcontact van moeder en kind is een hele belangrijke en goede start, dus zolang jullie het medisch gezien goed doen blijft de baby een hele tijd op die manier bij je liggen. Als de navelstreng uitgeklopt is wordt de baby afgenaveld. Dat betekent dat we een klemmetje plaatsen op de navelstreng vlakbij de buik van de baby. Jullie mogen kiezen wie de navelstreng gaat doorknippen. Dit doet geen pijn bij de baby.

Meestal geven we een prik in je bovenbeen met een weeën stimulerend hormoon erin die ervoor zorgt dat je baarmoeder weer goed samentrekt om ook de placenta geboren te laten worden. Dit gebeurd allemaal in overleg met jullie. De placenta wordt vaak binnen een half uur na de bevalling geboren. Mocht je nog gehecht moeten worden zullen we dit na de geboorte van de placenta doen.

Binnen een uur na de geboorte gaan we de baby proberen aan te leggen aan de borst. Geef je kunstvoeding dan krijgt de baby nu ongeveer zijn/haar eerste flesje. Na het voeden kijken we de baby helemaal na en testen we de reflexen. We wegen de baby en meten zijn/haar lichaamstemperatuur. Ook krijgt de baby wat vitamine K van ons voor de bloedstolling. Als alles goed gaat gaan wij ongeveer anderhalf uur na de geboorte weg en laten jullie in de kundige handen van een kraamverzorgster of kraamverpleegkundige achter.

Back To Top